Goodreads helps you follow your favorite authors. Be the first to learn about new releases!
Start by following Louis Paul Boon.
Showing 1-30 of 33
“Een James Bond-boek is stom maar opwindend, terwijl een meesterwerk van de Vlaamse literatuur even stom maar daarbij ook nog vervelend is.”
―
―
“Ik lach er mee, maar ik vraag mij af waarom de mensen niet gebleven zijn lijk de andere dieren, waarom wij en wij alleen moesten gekruisigd worden met die hel van het verstand dat alles wil ontleden en begrijpen, en dat ons niets bijbrengt dan vloeken en tranen. Hebt ge dat ooit van een beest geweten? Ze eten en slapen, ze drinken, paren en gaan dood, en ze zijn gelukkig. Wij niet, wij hebben het verstand dat ons doet vragen: waarom? En datzelfde verstand dat ons zegt: er is geen waarom, en als er toch een waarom moest zijn dan is er geen antwoord op.”
― De voorstad groeit
― De voorstad groeit
“Ge kunt soms gedachten hebben die niet te dragen zijn tusschen vier muurkens. Die zoo geweldig groot zijn dat ge aan uw deurken moet, of anders zou uw kop openklakken.”
― Abel Gholaerts
― Abel Gholaerts
“Schop de mensen tot ze een geweten krijgen.”
― Mijn kleine oorlog
― Mijn kleine oorlog
“Een idee is een soort gas: ze hangt in de lucht en elkeen snuift er wat van op.”
―
―
“Waarom moet ieder mens geschokt en geslingerd worden tussen een wereld hier, een wereld van zavel en cement, bloed, zenuwen, telefoonpalen en zonde, mensen die geboren worden en mensen die sterven, en een andere wereld die in onze gedachten spookt zonder te weten of zoiets bestaat, bestaan heeft of ooit zal komen?”
― De voorstad groeit
― De voorstad groeit
“Het was een vergissing vanwege de juf, te denken dat alleen de dingen die in de boeken staan interessant zijn. Ook deze, die er nog niet in staan, zijn merkwaardig.”
―
―
“Om het even welke kleur bevalt me, als ze maar rood is.”
―
―
“sterven is het openen van een andere deur, een onbekende en nog nimmer betreden kamer van een vreemd huis”
― Zomerdagdroom: Erotisch poetisch proza
― Zomerdagdroom: Erotisch poetisch proza
“Om te worden opgemerkt, om over u te horen spreken, moet ge iets maken waarmee zich elk moment de zedenpolitie kan bemoeien. En daar de zedenpolitie zich makkelijk met iets moeit - ge moet maar uw tante of uw schoonmoeder klacht laten neerleggen en het is al van dat - hebt ge het niet zo lastig een roman te schrijven die aangeslagen wordt, een toneelstuk te laten opvoeren dat verboden wordt of een expositie in te richten waar uw schilderijen aangeslagen worden. En dan zijt ge meteen de held, de grote onbegrepen, miskende artiest.”
―
―
“En zij dacht aan hem zoals iemand na het onweer aan de bloempotten denkt, die buiten op de vensterbank stonden.”
― De Kapellekensbaan / Zomer te Ter-Muren
― De Kapellekensbaan / Zomer te Ter-Muren
“Elk dier en elke schrijver heeft een wapen waarmee hij zich best verdedigen kan”
― Het zoutvat van Boontje Boon: L.P. Boon en de omroep
― Het zoutvat van Boontje Boon: L.P. Boon en de omroep
“De kunstenaar is een arbeider lijk gij en ik. Hij maakt schoonheid, en hij wordt daar meestal niet voor betaald. De kunstenaar leeft en sterft met de arbeider mee. Al waar de arbeider naar verlangt, tracht de kunstenaar nu reeds gestalte te geven. Zo is de schrijver niet een dwaas die van sterren en maneschijn zingt, maar een ziener, een profeet over hoe het zou kunnen zijn. Dat is zijn plicht, zoals het de plicht van de arbeider is om de kunstenaar tegemoet te komen.”
―
―
“Wat is er aanlokkender, geheimzinniger, duivelser dan een verboden boek?”
―
―
“Wie romanschrijver wil worden heeft het de eerste honderd jaar nogal moeilijk.”
―
―
“Eens op een mooie zomeravond viel de Student Steivekleut bij me naar binnen. Hij st-stotterde wat, en daar houd ik wel van, het duurt dan wat langer. Graag hoorde hij van me een en ander over een en ander, en dat deed ik dan maar uit me doekjes. Misschien vergat ik een heleboel, want hoe gaat dat, nietwaar, je schrijft zo iets niet op. Ik graaide maar wat rond tussen mijn nu achttienjarige dinges, herinneringen heet dat, en stak van wal met mijn eerste avontuur toen ik zowat negen jaar en in de kostschool ondergebracht was.
Het was het maandelijks bezoek van de dokter, die een ouwe sloeber bleek te zijn en het nodig vond, zoals hij zei, drie kleine meisjes der school nader te onderzoeken. Het waren Leentje en Marleentje, dat weet ik nog best, en ook nog ik. (...)”
― Mieke Maaike's obscene jeugd
Het was het maandelijks bezoek van de dokter, die een ouwe sloeber bleek te zijn en het nodig vond, zoals hij zei, drie kleine meisjes der school nader te onderzoeken. Het waren Leentje en Marleentje, dat weet ik nog best, en ook nog ik. (...)”
― Mieke Maaike's obscene jeugd
“ge schrijft uw “kleine oorlog”
ge zoudt liever een ander boek schrijven - groot schoon woelig juist - ge zoudt het dan noemen “dit zijn de vloeken en gebeden van den kleinen man tegenover den grooten oorlog, dit zijn zangen, dit is DE BIJBEL VAN DEN OORLOG” - op een anderen dag wenscht ge echter niets liever dan uw pen stuk te stampen op het vlak van uw schrijftafel - het is zeer plezierig zooiets, maar gij zijt verplicht u den dag daarna een nieuwe pen te koopen - want schrijven doet ge toch, het is een natuurlijke behoefte - de eene mensch vloekt zich dood, de andere loopt zijn kop op de muren stuk
Gij schrijft uw Kleine Oorlog”
―
ge zoudt liever een ander boek schrijven - groot schoon woelig juist - ge zoudt het dan noemen “dit zijn de vloeken en gebeden van den kleinen man tegenover den grooten oorlog, dit zijn zangen, dit is DE BIJBEL VAN DEN OORLOG” - op een anderen dag wenscht ge echter niets liever dan uw pen stuk te stampen op het vlak van uw schrijftafel - het is zeer plezierig zooiets, maar gij zijt verplicht u den dag daarna een nieuwe pen te koopen - want schrijven doet ge toch, het is een natuurlijke behoefte - de eene mensch vloekt zich dood, de andere loopt zijn kop op de muren stuk
Gij schrijft uw Kleine Oorlog”
―
“En als de vliegers weg zijn dan is het droefste in uw leven dat ge zooveel menschen hebt gekend, en dat ge die nooit meer zult horen of zien.”
― Mijn kleine oorlog
― Mijn kleine oorlog
“Hij likte me frivooltje van een mosseltje, intens ervan genietend, dat voelde ik wel. (...) Het raakte binnen in me in alsmaar opgewondener toestand - de toestand is opnieuw gespannen, zegt men dan in de nieuwsberichten - en ik voelde dat iets gebeuren zou (...)”
― Mieke Maaike's obscene jeugd
― Mieke Maaike's obscene jeugd
“Dit alles heb ik dan student Steivekleut meegedeeld, eindigend met dit: Ik heb gezegd, ik dank u voor uw aandacht.”
― Mieke Maaike's obscene jeugd
― Mieke Maaike's obscene jeugd
“Het is het lachen van de teef, die iedere man honend in het verderf kan storten.”
― De bende van Jan de Lichte
― De bende van Jan de Lichte
“Op de slaapkamer sloten we voor alle veiligheid en vuiligheid de deur af, want je kàn nooit weten. Daar kleedde ook hij zich helemaal uit, als een naakte God, en toen ik z'n wiebel zoende stond die te trillen van aandoening.(...)”
― Mieke Maaike's obscene jeugd
― Mieke Maaike's obscene jeugd
“[...] als ge de roman vergelijkt met het Leven ziet ge dat het niet veel meer is dan lap-en-vliegwerk, en heeft het de meer dan frappante gelijkenis met de acrobatie van de clown die de koorddanser achternakomt, maar ginds in de hoge nok van het cirkus, al wankelend en al bewust gekke gebaren makend, eveneens plots kan uitglijden ...”
―
―
“En verschrikt fluistert hij tot zichzelf: ik vlucht, maar vluchtend loopt steeds een barbaar voorop: ikzelf.”
― Summer in Termuren
― Summer in Termuren
“Ik wentelde me naar hem toe en legde me met wijdgeopende muis over z'n stijve boodschapper neer. Ik zei hem dat ik z'n fluit wou, dat ik er heet naar lag, dat ik ze binnen in me kut moest hebben. Me muis heeft honger naar je stijve zaadworst, zei ik hem. Ik weet niet wat ik d'r allemaal nog uitflapte (...)”
―
―
“En omdat z'n wijf steeds meer tekeer ging, hitste ik hem aan: Geef d'r een muilpeer godverdomme, zodat ze d'r bek houdt.. haal hem d'ruit en ga haar es fijn een muilpeer toedienen.
Met me hand over z'n kont strelend, bevingerde ik ook nog es z'n stronthol en daarna de machtige kloten. Hij trok zich o god van me kut terug, en met de fluit stijf vooruit, vol schuim van me muis, diende hij haar een vuistslag toe dat ze d'rbij omver tuimelde. Ik bleef liggen, me kut open. Lachend ontving ik hem weer. En lachend zei ik ook nog: Je stijve smeerlap sloeg erbij heen en weer, terwijl je haar die mep gaf!
Ik bewonderde hem en kneep me muis dicht rond z'n heldenlul. (...)”
― Mieke Maaike's obscene jeugd
Met me hand over z'n kont strelend, bevingerde ik ook nog es z'n stronthol en daarna de machtige kloten. Hij trok zich o god van me kut terug, en met de fluit stijf vooruit, vol schuim van me muis, diende hij haar een vuistslag toe dat ze d'rbij omver tuimelde. Ik bleef liggen, me kut open. Lachend ontving ik hem weer. En lachend zei ik ook nog: Je stijve smeerlap sloeg erbij heen en weer, terwijl je haar die mep gaf!
Ik bewonderde hem en kneep me muis dicht rond z'n heldenlul. (...)”
― Mieke Maaike's obscene jeugd
“Wie is nu dichter en wie niet? Gij en ik kunnen het zijn, zonder het misschien zelf te weten! In u kan een verlangen zijn, een vreemde stuwkracht die u naar de pen doet grijpen om neer te schrijven wat ge gezien, gehoord en zeer diep gevoeld hebt. Het moet niet altijd in rijm zijn om kunst te zijn.”
―
―
“Voor geen chanterik peu!”
― De bende van Jan de Lichte
― De bende van Jan de Lichte
“Ik wrong en wreef me opene muis tegen z'n geertig likkende mond aan en spoot meteen al me geil, dat hij zo lekker vond, uit me mossel weg. Het stroomde zo over z'n gelaat, een fontein van geil, waarvan hij dronk of het een whisky-pruimsap was. Ik verloor het bewustzijn erbij (...)”
― Mieke Maaike's obscene jeugd
― Mieke Maaike's obscene jeugd
“Er zijn twee soorten van mensen in de wereld. De ene was van een hard en verpletterend materiaal, de andere integendeel van een doorschijnender en meer sprokkere substantie.”
― Niets gaat ten onder
― Niets gaat ten onder




